Gouda in de Tweede Wereldoorlog

Goudse Glazen

Om eventuele oorlogsschade aan de Goudse Glazen in de Sint Janskerk te voorkomen, worden tussen 3 september en 16 december 1939 de gebrandschilderde ramen uitgenomen en vervangen door blank glas. De panelen worden na het uitnemen opgeborgen in smalle houten kisten met stro en karton ter bescherming. Het grootste deel van de glazen gaat naar kelders van boerderijen in de omgeving van Gouda. Glas nummer 15, de doop van Christus door Johannes is het oudste glas en wordt opgeborgen in de kluis van de bank Knox en Dortland aan de Turfmarkt. In dit gebouw is nu Verzetsmuseum Zuid-Holland gevestigd.

Joodse bevolking

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wonen er enkele honderden Joden in Gouda. Het is geen grote, maar wel een bloeiende gemeenschap en vormt een vanzelfsprekend deel van de Goudse bevolking. De synagoge is aan de Turfmarkt nummer 23 en de meeste Joodse mensen wonen in deze buurt. Aan de Oosthaven nummer 31 bevindt zich het Joodse bejaardentehuis. Op vrijdag 9 april 1943 wordt het tehuis ontruimd door de SS met behulp van Haagse en Goudse politieagenten. De bewoners worden in vrachtwagens naar het station gereden. De bestemming is Westerbork.

Jeugdfarm 'Catharina'

De Catharinahoeve aan de Ridder van Catsweg 61 biedt onderdak aan de Jeugdfarm, een tehuis voor Palestinapioniers. De leerlingen van Jeugdfarm 'Catharina' worden voorbereid op hun vestiging in Palestina en krijgen voornamelijk praktijklessen die gericht zijn op hun werkzaamheden op het land. Als er op 22 april 1943 een waarschuwing komt van de Goudse politie dat ze gedeporteerd zullen worden, weten de jongeren met hulp van illegale organisaties onder te duiken en uit de handen van de Duitsers te blijven.

Edith Beek

Veel Goudse Joden zijn minder gelukkig geweest. Onder hen is Edith Beek, de dochter van huisarts A. Beek. Het gezin woont aan de Lange Tiendeweg 54. In 1942 besluit het gezin afzonderlijk van elkaar onder te duiken en Edith komt terecht op een onderduikadres in Zwammerdam. Een jaar later herkent een NSB-agent het meisje en verraadt haar. In de vroege ochtend van Ediths verjaardag volgt er een inval. Na een verblijf in een weeshuis in Scheveningen wordt ze doorgestuurd naar kamp Westerbork. Op 16 november 1943 volgt deportatie naar Auschwitz. Ze wordt vrijwel onmiddellijk na aankomst in de gaskamer om het leven gebracht. Edith Beek is dan negen jaar. Haar ouders en broer overleven de oorlog.

Bombardementen

Gouda is een knooppunt van spoor-, auto- en waterwegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden er dan ook diverse aanvallen uitgevoerd op deze in strategisch opzicht zo belangrijke knooppunten. De spoorlijn en het station zijn meer dan eens het doelwit van geallieerde bombardementen. Veel bommen missen echter hun doel en veroorzaken doden en gewonden onder de burgerbevolking.

Het eerste bombardement vindt plaats op 25 februari 1941 op de Fluwelensingel op de huisnummers 42, 43 en 44. De Noothoven van Goorstraat en omgeving wordt door een drietal bommen getroffen op 18 mei 1941. In de nacht van 12 op 13 juni valt er een heliumbom op de Krugerlaan 53. De buurt bij de Nieuwe Gouwe wordt op 10 februari 1944 door maar liefst twaalf geallieerde bommen getroffen. Op 18 en 19 september 1944 is de Nobelstraat aan de beurt.

Illegale pers

Het eerste Goudse illegale blaadje de 'Flitspuit' verschijnt in 1941 en is gebaseerd op de teksten van de gelijknamige radiozender. Een toepasselijke naam, want een flitspuit wordt gebruikt om een verdelgingsmiddel tegen insecten te verspreiden. In 1943 verschijnt De Vrije Gedachte, uitgegeven door de onderduiker H.J. Tholen en L. van den Steenhoven. De redactie wordt ondergebracht in een lege grafkelder van de Rooms Katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg waar de vader van Lau van den Steenhoven beheerder is.

 

'Voor Neerlands Vrijheid'

In het najaar 1940 praat een groepje jongens van zestien en zeventien jaar over de Duitsers die hun stad bezet houden. Ze zitten op de HBS aan de Krugerlaan. Samen besluiten ze een verzetsgroep in het leven te roepen: Voor Neerlands Vrijheid (VNV). Ze beginnen met kleine dingen, zoals fietsbanden lek prikken van de Duitsers. Het groepje van vijftien jongens groeit langzaam uit tot tweehonderd. Wanneer de bezetting als steeds drukkender wordt ervaren, groeit de geest onder de VNV om meer te doen. Zo verspreiden enkele jongens van de organisatie illegale blaadjes en helpen ze onderduikers. Na D-day sluit de VNV zich aan bij het algemeen verzet in Gouda, waarbij ook de Ordedienst en de Landelijke organisatie voor Onderduikers zijn aangesloten. Voortaan krijgt de VNV orders van bovenaf en worden de jongens voornamelijk ingezet bij de wegenbewaking. Ook helpen ze mee bij de wapendroppings, ze halen de wapens binnen en maken ze gebruiksklaar. Vlak voor de bevrijding krijgt de VNV het bevel zich te kazerneren in het weeshuis aan de Spieringstraat, waar ze tot half juni blijven.

Digitale leskist

Een gratis lesprogramma over WO II voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs.Op interactieve wijze worden 6 thema´s behandeld: koken en eten, (over)leven, communicatie, vervolging, verzet en vluchten.

Over vrede...

Wijsheid_02.jpg