Verslag vaksymposium “Relevantie voor de toekomst”

Niezen, 'gezondheid' toegewenst krijgen, opkijken en dan Clairy Polak recht in het gezicht kijken. Wie overkomt dat? Mij op 31 maart in het Haagse Museon. Daar neem ik deel aan het vaksymposium 'Relevantie voor de toekomst. Musea en herinneringscentra 40-45 in een veranderende samenleving', in het Haagse Museon. Clairy – bekend van TV actualiteitenprogramma's als NOVA, Nieuwsuur en Buitenhof – is de dagvoorzitter van dit symposium, met dit programma.

Inleiding

Het symposium is een initiatief van 'Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45' (SMH), waarbij 13 van dit soort instellingen aangesloten zijn. De aanleiding is het wegvallen van de generatie die de Tweede Wereldoorlog meemaakte. Deze oorlog wordt wel als moreel ijkpunt gezien. Er wordt niet uitgelegd wat precies met 'moreel ijkpunt' bedoeld wordt. Waarschijnlijk dat in de oorlog een standaard werd gevestigd voor wat goed en kwaad is. De vraag is of dit zo zal blijven nu steeds minder ooggetuigen nog leven.

Er zijn 83 musea en herinneringscentra, van huiskamerformaat met beperkte openstelling tot het Anne Frankhuis met meer dan een miljoen bezoekers per jaar. Dat zijn er veel, maar ze zijn wel verspreid over het land. Vele vervullen dan ook een belangrijke regionale functie. Het aantal groeit zelfs.

Max Meijer, projectsecretaris van de SMH geeft nog wat meer getallen. Er zijn in totaal 421 musea en herinneringscentra (MH). De musea en herinneringscentra die de oorlog als centraal thema hebben (MH40-45) maken hiervan dus ongeveer een vijfde uit. Ze trekken om en nabij een tiende van het totale museumbezoek. Dat is dus relatief gezien minder dan de MH. Het Anne Frankhuis neemt maar liefst ongeveer de helft van de bezoeken aan de MH40-45 voor zijn rekening. De MH hebben een bovengemiddeld percentage eigen inkomsten. Er werken ook relatief gezien meer vrijwilligers en educatieve medewerkers. Bij de MH40-45 zijn dat er 1,5 keer meer dan betaalde medewerkers, bij de MH is dat precies andersom.


De SMH heeft een stuk geschreven waarin de visie uiteengezet wordt

Paneldiscussie 1

Ik blijk niet alleen vlakbij Clairy te zitten, maar bij bekende mensen in het algemeen. Zo nemen Freek de Jonge met zijn vrouw vlak voor me plaats. En later Job Cohen. Het is duidelijk dat het symposium groots uitpakt en dat dit soort deelnemers de zaak van belang vindt.

Freek de Jonge neemt deel aan het eerste panel van drie. De andere twee deelnemers zijn Rob Riemen (directeur van het Nexus instituut) en Maria Grever (hoogleraar Theorie en Methoden van de Maatschappijgeschiedenis aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit). Clairy stelt vragen aan de panelleden en fungeert als gespreksleider. Deze drie relatieve buitenstaanders kijken als het ware 'van buiten naar binnen'.

Freek stelt dat we misschien niet alleen de oorlog als moreel ijkpunt verliezen, maar dat we sowieso ideologieën en geloven kwijtraken. Mulisch zei ooit dat WO II het morele ijkpunt is tot aan WO III. Maria memoreert dat de slag bij Waterloo 140 jaar doorwerkte: tot aan het eind van WO II werd op 18 juni in ons land Waterloodag gevierd. Zowel Freek als Rob vinden dat WO III op dit moment al aan de gang is. Rob voegt daar de oorzaak aan toe: de onveranderlijke menselijke natuur.

Maria vindt samenwerking tussen musea belangrijk, bijvoorbeeld met betrekking tot het afstemmen van thema's. Ook zijn er kloven te dichten tussen onderwijs, musea en games/films.

Het wordt ook duidelijk dat er een gevaar schuilt in het aantrekken van bekende namen voor een discussie. Zo komt Freek met enkele ideeën, namelijk het gebruik maken van dilemma's en een gezamenlijke website, die deels al gerealiseerd zijn.

Aan het eind wordt Freek om zijn specialiteit gevraagd: het vertellen van een verhaal. Dat gaat om iets heel toepasselijks, namelijk het eerste woord dat hij hoorde: 'Verzet! Ik werd een krappe week voor Dolle Dinsdag geboren. Elk moment kon Nederland nu bevrijd worden van de Duitse bezetting, zo dacht men. Mijn moeder zette daarom mijn met rood-wit-blauw versierde wieg voor het raam, zodat ik goed uitzicht zou hebben op de naderende bevrijders. Maar de belofte van Dolle Dinsdag bleef uit. Na enige tijd zei mijn moeder dan ook tegen mijn vader: 'Verzet jij de wieg even.'

Paneldiscussie 2

Richtte het eerste panel de blik van buiten naar binnen, het tweede panel bestaat uit drie instellingsdirecteuren die de blik van binnen naar buiten richtten. Dat zijn Erik van den Dungen van Oorlogsmuseum Overloon, Jeroen van den Eijnde van Nationaal Kamp Monument Vught en Yvonne van Genugten van het Indisch Herinneringscentrum in Arnhem.

In Monument Vught is een barak te zien die op vier verschillende manieren onvrijwillig groepen mensen herbergde. Als concentratiekamp (1943-1944), als opvangkamp voor Duitse burgerevacués uit het grensgebied (1944-1945) en als interneringskamp voor o.a. NSB’ers, (1944-1949), en vanaf 1951 als Moluks woonoord. In de barak wordt dit belicht vanuit de vier gezichtspunten van de vier verschillende groepen. Dit idee van multi-perspectivisme wordt tegenwoordig vaker gebruikt door musea. Het benadrukt dat je op verschillende manieren tegen een situatie aan kunt kijken. Dat er niet één waarheid is.

Het idee van multiperspectief komt vaker aan de orde. Bijvoorbeeld door een vraag uit het publiek: zijn we zover dat we ook 'de Duitsers' kunnen zien als slachtoffer? Dat neemt toe, was het antwoord uit het panel. Er is steeds meer sprake van verzoening. Je ziet het ook aan het gebruik van andere begrippen. Vroeger hadden we het over 'politionele acties' in Indonesië, nu vaker ronduit over 'oorlog'. Later merkt iemand van SMH op dat de panels vrijuit spraken, meer dan vroeger. Men kon het bijvoorbeeld over daders als slachtoffers hebben.

Het gesprek komt op de islamitische jeugd. Die wordt niet als aparte doelgroep gezien. De ervaring is dat basisschoolleerlingen goed aanspreekbaar zijn. Maar middelbare scholieren zien bijvoorbeeld de grote aandacht voor WO II wel als een joods complot. Men is het er over eens dat er extra aandacht nodig is voor allochtone jongeren. Er is een vraag uit het publiek: waarom willen we moslims zo confronteren met WO II? Er zit de stilzwijgende aanname in dat allochtonen anti-semitisch zijn. Dat is moraliserend. Er wordt ook nog opgemerkt dat allochtone kinderen meer geïnteresseerd zijn dan autochtone m.b.t. het bombardement op Rotterdam.

Boekpresentatie: Familie, generaties en oorlog

Op 2 mei 2014 vond het congres 'Family, Generations and War' plaats in de Kunsthal te Rotterdam. De oorlog werd hierbij vanuit een historisch, psychologisch en artistiek perspectief belicht. Deze multidisciplinaire benadering gaf voor alle aanwezigen vele nieuwe inzichten. De diverse bijdragen zijn samengebracht in het Nederlands-Engelstalige boek 'Familie, generaties en oorlog: historische, psychologische en artistieke inzichten'. Het werd aangeboden aan Job Cohen. Het is te vinden in de bibliotheek van het Goudse Verzetsmuseum.

Musea en Herinneringscentra, nieuwe perspectieven

Onderzoeker Erik Somers van het NIOD is onlangs gepromoveerd, wat geresulteerd heeft in het boek 'De oorlog in het museum – herinnering en verbeelding'. Hij constateert dat musea moeten veranderen, omdat het publiek nieuwe vragen heeft. De nieuwe musea leggen echter als vanouds de nadruk op de lokale geschiedenis en persoonlijke verhalen. Dat is dus niet nieuw, maar wel effectief. Er zijn echter twee gevaren die hier in schuilen: die van simplificatie en versnippering. Echt nieuw is dat steeds meer het eerder genoemde multiperspectief gebruikt wordt, bijvoorbeeld door de ogen van de dader. De musea zouden daarnaast meer op de vraag van de bezoekers in moeten gaan. Een van de wensen is dat bezoekers individueel op onderzoek uit willen gaan.

Een voorbeeld van hoe het wel moet is 'Een grenzeloos conflict'. Dit is een gelaagde, multimediale presentatie op een digitale tafel, die de gebruiker inzicht geeft in de samenhang en gelijktijdigheid van beslissende momenten wereldwijd rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Terwijl je door de tijd en door de wereld reist, volg je drie levensverhalen die verweven zijn met dit grenzeloze conflict. Zie http://www.airbornemuseum.nl/nu-te-zien/een-grenzeloos-conflict.

Musea en Herinneringscentra in een veranderend medialandschap

Willem-Jan Renger, van de HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht), heeft een licht controversieel verhaal. Het begint met de constatering dat kinderen opgroeien in het 'interactieve paradigma'. Daardoor zijn ze moeilijk te boeien met 'lean backward' media als voorwerpen in een vitrine of een wand met foto's. Deze media zullen niet verdwijnen, maar aangevuld worden door 'lean forward' media. Daarbij leunt de bezoeker niet meer als het ware in zijn luie stoel achterover, maar neemt actief deel. Kenmerken van deze media zijn:

  • Een geconstrueerde vertelling
  • Complexiteit
  • Ambiguïteit
  • Multichallenge
  • Multisolution

Er werd een door studenten gemaakt voorbeeld getoond waarbij de deelnemer een grensbewaker speelde. In de zaal is enige scepsis te voelen bij het verhaal vol digitale beloften. Zal het echt deze kant op gaan? Mij doet het denken aan de aloude 'adventure games', maar dan met een educatieve saus. Een nadeel lijkt me de tijdsduur: stel dat deelname 10 minuten duurt, dan zullen niet alle bezoekers deel kunnen nemen in het museum.

Aanbieding toekomstvisies aan het Kabinet

Onder leiding van Job Cohen is een studie gedaan naar het herdenken van WO II. Het resulterende rapport, getiteld ´Versterking van de herinnering aan WO II', wordt aangeboden aan Martin van Rijn, staatssecretaris van het ministerie van VWS. Zie:


Versterking Herinnering WOII

Het rapport gaat in op hoe organisaties die zich bezighouden met de kennis over en de herinnering van de Tweede Wereldoorlog in de toekomst moeten gaan samenwerken en welke infrastructuur daaromheen moet worden ingericht.

De staatssecretaris neemt de aanbeveling van het rapport over. Daardoor is een van de eerstvolgende stappen nu het aanstellen van een kwartiermaker en de inrichting van een coördinatiepunt. De kwartiermaker gaat gezamenlijk met de benoemde spilorganisaties - NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de SMH - de aanbevelingen en ambities uit het rapport verder uitwerken. Zij zullen dit doen aan de hand van vier domeinen:

  • Kennis – onderzoeken en bewaren
  • Museale functie – leren en tonen
  • Herdenken, eren en vieren – beseffen
  • Educatie en informatie – meedenken en ervaren

Het NIOD is als spilorganisatie verantwoordelijk voor het domein Kennis – onderzoeken en bewaren. In september zal een meerjarenplan worden gepresenteerd.

Cohen hoopt dat zo voorkomen wordt dat organisaties eerst naar zichzelf kijken en pas daarna naar hun omgeving. Voorts dat er teveel individuele acties zijn, terwijl samenwerking de enige duurzame optie is. Er zijn ook naar verhouding veel kleine partijen. Van de bovengenoemde domeinen wordt 'Herdenken, eren en vieren' steeds belangrijker.

Eindgesprek

Het eindgesprek krijgt dezelfde vorm als bij de fora. Clairy stelt weer scherpe vragen aan de sprekers. Die krijgen extra gewicht door een trucje dat ze daarbij geregeld gebruikt. Ze kijkt namelijk vaak met een lachende blik van verstandhouding naar het publiek, zo van 'jullie willen dit natuurlijk ook vragen maar durven niet, dus doe ik het maar'. Daardoor krijgt ze de lachers op haar hand, wat de sprekers lijkt aan te sporen.

Cohen benadrukt dat samenwerking de verscheidenheid kan versterken. Hij vindt dat je de kleine musea niet moet versterken, maar dat de grote beter de kleine kunnen helpen. Dit 'ontzorgt' de kleine musea.. Een toehoorder merkt op dat de lokale functie vaak groot en belangrijk is. Maar toch vindt Cohen dat er niet meer kleine moeten komen. Hij gebruikt in dit verband ook het woord 'ontdubbeling'. Een voorbeeld hiervan is het samenvoeging van collecties in één depot. En waarom geen virtueel depot, zo vraagt Cohen zich af.

Zo eindigt een dag waarop duidelijker werd waar de musea en herinneringscentra 40-45 op dit moment staan en welke richting ingeslagen gaat worden.

Jos Groot, 20 april 2015

Digitale leskist

Een gratis lesprogramma over WO II voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs.Op interactieve wijze worden 6 thema´s behandeld: koken en eten, (over)leven, communicatie, vervolging, verzet en vluchten.

Over vrede...

Wijsheid_02.jpg