Verzetsmuseum Zuid-Holland bestaat 30 jaar!

Het Verzetsmuseum Zuid-Holland viert dit jaar zijn dertigste verjaardag. Want op 18 februari 1985 is de stichting Verzetsmuseum opgericht. Kort daarna werd het monumentale pand aan de Turfmarkt 30 betrokken. Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan, een inspirerend interview met Debby Hakker, één van de eerste bestuursleden van het Verzetsmuseum.

De pioniers uit de beginperiode zijn momenteel niet meer actief betrokken bij het museum. Na de grote bestuurswisseling die zich rond 2014 voltrok, vergadert ook de laatste pionier niet meer mee. Debby Hakker (1927) volgt de ontwikkelingen nog wel op afstand. Wel vindt ze het jammer dat de lokale pers in haar woonplaats Reeuwijk zo weinig over het museum schrijft. “De mensen hier weten amper van het bestaan van het museum af,” zegt ze. “Dat is in vele opzichten jammer.” Het museum blijkt haar nog steeds na aan het hart te liggen. De geboorte ervan heeft ze van heel nabij meegemaakt.

Tweede Wereldoorlog

Debby was dertien toen de oorlog begon. Bovendien woonde ze toen in Amsterdam. Ze kan dus heel veel over de oorlogsjaren vertellen. Maar dat doet ze niet. Niet omdat er een taboe op ligt, want ze heeft echt veel meegemaakt, maar omdat ze nu over het Verzetsmuseum wil praten. Duidelijk is dat de Tweede Wereldoorlog alles te maken heeft met haar drijfveren om zich voor het Verzetsmuseum in te zetten.

5 mei-comité

Ze zat destijds in het 5 mei-comité namens het Humanistisch Verbond. Ze organiseerde de “vermakelijkheden” bij de vieringen en stond onder anderen met Simon Vinkenoog, Johnny van Doorn en Jules Deelder op het podium. Op een goed moment benaderde Joop Borgman het 5 mei-comité met het idee om een verzetsmuseum in Gouda op te richten. Borgman was gedeputeerde en Gouwenaar en was waarschijnlijk enthousiast geraakt door een bezoek aan het Fries Verzetsmuseum. Hekon Pasman was destijds voorzitter van het comité en ging met het idee aan de slag. Hij heeft er na een lange zoektocht voor gezorgd dat het voormalige bankgebouw aan de Turfmarkt betrokken kon worden.

Van fröbelen naar volwassenheid

Het eerste jaar van de stichting heeft Debby niet actief meegemaakt. Maar daarna is ze gevraagd door Pasman. Er moest namelijk een bestuur worden gevormd. Daar heeft zij vervolgens 25 jaar in gezeten. Pasman werd toen de eerste bestuursvoorzitter. “We deden van alles met wat er aangedragen werd. Het museum is nu volwassen geworden, maar als ik terugkijk, waren we toen erg aan het fröbelen.”

Verzet

Naast de attributen die vanuit alle kanten werden aangeleverd, kwam er ook geld beschikbaar voor specifieke onderwerpen. Zo werd er met geld van een Joods weekblad een hoekje ingericht voor Dirk van Schaik, een medewerker van de tuinbouwschool voor Palestina-pioniers aan de Ridder van Catsweg. Van Schaik woonde tegenover het gebouw en vervoerde in de oorlog met gevaar voor eigen leven jongens achterop zijn fiets  naar diverse onderduikadressen. Zo zijn nog achttien personen gered. In het museum hing een foto met het verhaal over zijn reddingstochten en een foto van de school. Debby sprak de directeur van het weekblad op een reis door Israël. Hij bleek een Gouwenaar te zijn. Ergens in de negentiger jaren stond het bestuur op het punt om het museum op te heffen. Maar Debby stemde tegen. “Verdikkeme wat is dit nou. We zijn een verzetsmuseum dus verzet ik mij tegen het opheffen” zei ze tijdens de vergadering.

Ontmoeting na halve eeuw

Opmerkelijk was haar ontmoeting met Ralph Prins bij de onthulling van de plaquette die hij voor de Joodse Synagoge schuin tegenover het Verzetsmuseum heeft gemaakt. Prins geniet vooral bekendheid door het Nationaal Monument Westerbork. Zij kende hem als kind in Amsterdam waar zij samen op school hadden gezeten en hadden elkaar na de oorlog niet meer gezien. Het was bijzonder dat zij in verband met de oorlog elkaar een halve eeuw later weer ontmoetten.

Monument in museumtuin

Ook vertelt Debby over een ander gedenkteken. Ze was actief aanwezig bij de onthulling van het Joods monument in Alphen aan den Rijn (19 mei 1990). Simon Speijers was één van de initiatiefnemers voor het monument. Hij was Alphenaar en voorzitter van het Simon Wiesenthal Fonds. Hekon Pasman kwam toen op het idee een replica met de namen van de 54 Joodse slachtoffers te laten maken voor in de museumtuin. Debby heeft dat geregeld. "Het zou mooi zijn als daar ook een namenlijst bij kan komen."

Focus op verdraagzaamheid

Op de vraag wat zij ervan vindt dat het Verzetsmuseum zich de komende tijd meer gaat richten op verdraagzaamheid geeft zij een duidelijk antwoord: “Heel geweldig,” zegt ze. “Verdraagzaamheid. Het is niks nieuws. Maar men is vergeten wat verdraagzaamheid is. Ik vind dat heel goed hoor!”

Gepubliceerd op 18 februari 2015

Digitale leskist

Een gratis lesprogramma over WO II voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs.Op interactieve wijze worden 6 thema´s behandeld: koken en eten, (over)leven, communicatie, vervolging, verzet en vluchten.

Over vrede...

Wijsheid_01.jpg