'Matthijs en de verborgen geschiedenis', aflevering 5 (slot)

Het gebaar

De reis naar museum Bronbeek duurde wel wat lang. Een uur in de trein naar Arnhem en dan nog eens een vervolg in de trolleybus. Maar die busrit was wel leuk. Het was een elektrische bus die verbonden was met een bovenkabel, een tram met dikke banden eigenlijk, die ze pal voor het museum bracht.

Ze zagen een statig gebouw dat er uit zag als een paleis met een landgoed eromheen. Er bevonden zich ook bijgebouwen, van klein tot groot. De gazons waren strak gemaaid en overal kon je gedenktekens en beeldhouwwerken ontdekken. Matthijs ontdekte er het monument voor het strafkamp Dampit. Oom Harry had verteld over de jongenskampen. Dampit was er zo een, voor jongens van 15 tot 18 jaar. Het monument was gemaakt door Rudi Augustinus, van wie in de tuin van het verzetsmuseum in Gouda ook een beeldhouwwerk is te zien. Het toonde er veel overeenkomst mee. Ook een ander monument had betrekking op jongenskampen. Een beeld van Anton Beijsens maakte een diepe indruk op Matthijs, hij kon de ribben van de jongen tellen! Matthijs voelde die oorlog geleidelijk bij hem naar binnen kruipen. Hij werd er nog stiller van.

In museum Bronbeek was ‘Het verhaal van Indië’ te zien, een vaste expositie over de koloniale periode. Die periode begon al in de zestiende eeuw en eindigde met de verhuizing van honderdduizenden Nederlanders naar Nederland. Maar eerst bekeken ze de tijdelijke expositie ‘Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950’. Want daarin stond immers centraal de periode “waarin op gewelddadige wijze een eind kwam aan de Nederlandse koloniale overheersing van Nederlands-Indië.” 

De sfeer in het museum vonden Matthijs en Eveline bijzonder. Een waardige stilte, waardoorheen sporen van Nederlands-Indië bijna voelbaar waren. Het gebouw leek inderdaad een paleis van binnen met grote kamers en zalen, geboende vloeren en blinkend koperwerk. Zo nu en dan doemde er een oude man op, langzaam schuifelend achter een rollator. Op een bepaald moment zagen ze een heleboel van die rollatormannetjes dezelfde richting op gaan. Het gebouw bleek niet alleen een museum te zijn, maar ook een (Koninklijk!) tehuis voor oud-militairen! Sommigen hadden de overgrootopa van Matthijs kunnen zijn.

Matthijs en Eveline waren de enige bezoekers. Dat gaf een extra mystireuze lading aan hun bezoek. Ze liepen langs vitrines, bekeken panelen en lazen af en toe de tekst bij het tentoongestelde.

Ineens ging er een siddering door Matthijs heen. Eveline had dat in de gaten en zag ook waar Matthijs naar keek. Het was een lange, scherpe afgesneden bamboestok.  

‘Is er wat?’ vroeg ze.

‘Zo groot…’ stamelde Matthijs. ‘Ik wist niet dat ze zo dik waren.’

‘Dat wat zo dik was?’

‘Bamboe roentjing.’

‘Die stok?’

‘Ja, die stok…’

Eveline begreep niet goed waarom Matthijs licht van streek raakte. Ook niet na het lezen van de tekst. Ze besteedde er maar geen aandacht aan. Totdat ze vonden dat ze genoeg hadden gezien en hun bezoek aan Bronbeek afsloten in de Kumpulan, een ander gebouw op het landgoed, waarin een restaurant was gevestigd. Bij een risolles en een glas tjendol praatten ze over wat ze zojuist allemaal hadden gezien.

‘Wat was dat nou met die bamboe roentjing?’ vroeg Eveline.

Matthijs antwoordde na een aarzeling.

Hij vertelde dat hij zijn oma een keer hoorde praten toen haar broers op bezoek waren aan haar ziekbed. Ze haalden herinneringen op aan het leven in Nederlands-Indië en aan de Tweede Wereldoorlog. Oma vertelde toen voor het eerst, begreep Matthijs, dat zij met anderen in een goederenwagon werden gepropt op reis naar een ander kamp. Dat onderweg de trein een paar keer stil moest houden en dat er dan telkens bamboesperen door de openingen van de wagons werden gestoken, lukraak, op zoek naar een doel. De pemoeda’s deden dat. De emoties kwamen bij oma toen weer boven. Maar oma wist niet dat Matthijs alles had gehoord. Matthijs dacht dat het dunne stokken waren, maar pas in het museum kwam hij erachter wat voor een gevaarlijk wapen dat was. Matthijs werd er weer een beetje van streek van.

Eveline legde haar warme hand op zijn arm.

Matthijs had dat eerste contact tussen hen niet in de gaten, zo vanzelfsprekend was dat gebaar.

Toch was er iets veranderd tussen beiden, toen ze weer terug gingen naar Gouda. Dat was hun op dat moment nog niet duidelijk. Maar toen ze terug op school een expositie inrichtten over die laatste jaren van Nederlands-Indië was hun samenwerking en omgang met elkaar net zo vanzelfsprekend als toen dat ene gebaar. Het gebaar in museum Bronbeek leek het verleden met de toekomst te verbinden.

Dit is de vierde aflevering van het feuilleton. De vorige aflevering kun je hier teruglezen.

De expositie ‘Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950’ is nog  tot en met 3 januari 2016 te zien in Museum Bronbeek.

Digitale leskist

Een gratis lesprogramma over WO II voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs.Op interactieve wijze worden 6 thema´s behandeld: koken en eten, (over)leven, communicatie, vervolging, verzet en vluchten.

Over vrede...

Wijsheid_07.jpg